Triskapel Suriname

Het muziekkorps Troepenmacht in Suriname

Door de grote muzikale presatie op de Taptoe Delft in 1969 heeft de kapel van de Troepenmacht in Suriname kortweg (TRISKAPEL) grote populairiteit in Nederland verworven.
De bekendheid die de kapel ook buiten Suriname genoot was voor kapelmeester A.C. van Hoek aanleiding het optreden in Nederland en Duitsland te wagen.
De mannen uit Suriname zorgden in Delft voor een ongekend hoogtepunt. 
Algemeen was men zeer onder de indruk van de bijzonder goede arrangementen van E.R. Snijders en E. Muringen. Polydor N.V. heeft dit gebeuren niet zonder meer voorbij laten gaan en twaalf van de beste nummers van de kapel op een grammofoonplaat vastgelegd. Ongetwijfeld zal de TRIS-kapel met speciale haar Surinaamse sound U vele uren van luister genot bieden en de bekendheid van Suriname verder uitdragen.

Op 12 mei 1841 werd in Suriname het Korps Muzikanten West IndiŽ opgericht. Omtrent de samenstelling van dit korps is niets bekend. Wel werd enige tijd later vermeld dat de bezetting bestond uit:

3 pistons
2 trompetten
3 hoorns
2 trombones
2 tenorhoorns
2 bassen
4 saxofoons (sopraan, alt, tenor en bariton)
1 grote trom
1 kleine trom
1 paar bekkens

De kapelmeester had de rang van adjudant-onderofficier.
Het reeds aanwezig zijn van saxofoons en tenorhoorns alsmede de totale fanfare bezetting, die in overeenstemming is met die van de hoornblazerskorpsen in het moederland, wettigen de veronderstelling dat deze bezetting dateert van omstreeks 1855.
In de loop der jaren was deze bezetting maar weinig veranderd. Het was een fanfare-orkest waar eerst in later tijd 2 tot 5 klarinetten aan werden toegevoegd.
Tussen 1930 en 1940 bestond het muziekkorps uit 1 sergeant-majoor stafhoorblazer (kapelmeester), 1 sergeant (onderkapelmeester), 4 korporaals en 18 infanteristen 1ste klasse of soldaten.
De muzikanten waren voor het grootste gedeelte landskinderen. Slechts enkele muzikanten werden uit Holland aangetrokken, voornamelijk voor het vervullen van de functies van kapelmeester en onderkapelmeester.
De werkzaamheden van het muziekkorps in de periode 1903-1940 werden als volgt omschreven: eenmaal per week exercitie op het Gouvernementsplein te Paramaribo op maandag van 6.30 tot 8.00 uur, daarna repetitie. Eenmaal per week op wacht, van maandag op dinsdag. Verder iedere dag repetitie van 7.00 tot 10.30 uur. Iedere zondag en woensdagmiddag om 17.00 uur een concert op het Gouvernementsplein. Het woensdagmiddag-concert werd later vervangen door een concert eenmaal per veertien dagen op zondagavond in het park, waar een muziektent was gebouwd.
Enige jaren vůůr 1940 kregen de leden van het muziekkorps naast hun muzikale training een opleiding tot mitraillist. Met als gevolg dat toen in 1940 de oorlog uitbrak, de muziek werd ingedeeld bij de 12,7 Mitrailleurscompagnie en gedetacheerd werd op de plantage Leonsberg aan de monding van de Suriname rivier. Het betekende de opheffing van het muziekkorps en het begin van een muziekloze periode. Een periode overigens die niet lang zou duren, want al spoedig werd het gemis van een muziekkorps danig gevoeld ťn door de troepen ťn door de bevolking.
Directe aanleiding tot wederoprichting was een incident dat plaats vond in 1942 toen enige officieren beŽdigd moesten worden en men zich geplaatst zag voor het probleem hoe dit te doen zonder muziek. De oplossing dacht men gevonden te hebben door het laten afdraaien van een oude grammofoonplaat van het Wilhelmus. De groeven van deze plaat waren echter zů versleten dat de naald in ťťn groef bleef doordraaien. Na afloop was men dan ook wel doordrongen van het feit dat voor de Troepenmacht in Suriname een kapel onmisbaar was.
Adjudant M.H. Rouwenhorst, in 1924 uit Holland gekomen als klarinettist-onderkapelmeester en van 1930 tot 1940 sergeant-majoor kapelmeester, als opvolger van Th. W. Smit, oud stafmuzikant te Batavia en van 1919 tot 1930 kapelmeester, werd belast met het samenstellen van een nieuwe muziekkorps, bestaande uit vrijwilligers en gerecruteerd uit de burgerij. Hij slaagde er in, nog in 1942, een orkest te formeren van 28 man (inclusief de kapelmeester) dat als volgt was samengesteld:

1 adjudant-onderofficier (kapelmeester),
4 sergeanten (waarvan 1 onderkapelmeester),
4 korporaals en
19 infanteristen 1e klasse of soldaat.
De volgende instrumenten worden bespeeld:
1 solo klarinet
3 1ste klarinetten
2 2de klarinetten
1 3de klarinet
2 pistons
3 trompetten
2 corhoorns
2 althoorns
2 tenorhoorns
1 hoge bastuba
1 lage bastuba in Es
1 lage bastuba in Bes
2 slagwerk

De oprichting vond plaats op 17 november 1942.
Dankzij de grote muzikaliteit en ambitie van de Surinamers slaagde kapelmeester Rouwenhorst er in het nieuwe korps in korte tijd tot een homogeen en goed klinkend geheel te maken. Voor zijn verdiensten voor het korps werd adjudant Rouwenhorst niet alleen onderscheiden met de gouden medaille verbonden aan de Orde van Oranje Nassau, hij werd bovendien bevorderd tot onderluitenant titulair.
Bij de heroprichting in 1942 was het muziekkorps oorspronkelijk ingedeeld bij het toenmalige korps Stads- en Landwachten, zonder vast verband voor de leden en derhalve ook zonder echt op pensioen. Toen in 1948 plannen tot overgang van het muziekkorps naar de politie reeds in vergevorderd stadium van voorbereiding waren, was het te danken aan het ingrijpen van luitenant-kolonel W. Boog, dat deze plannen geen doorgang vonden. Luitenant-kolonel Boog, die in dat jaar het commando over de troepen in Suriname overnam, zorgde er tevens voor dat het muziekkorps officieel als zodanig werd erkend. Als gevolg van de opheffing van het voormalige Koninklijke Nederlandsch Indische Leger werden in 1950 de troepen in Suriname bij de Koninklijke Landmacht gevoegd. Sindsdien ressorteert het Muziekkorps Troepenmacht in Suriname onder de Inspectie der Militaire Muziek der Koninklijke Landmacht.

De samenstelling van het orkest is vanaf dat moment:

fluit-piccolo
hobo
Es klarinet
7 Bes klarinetten
alt-saxofoon
tenr-saxofoon
bariton-saxofoon
3 pistons
2 trompetten (2de trompet tevens fagot)
3 hoorns
2 tenorhoorns
1 hoge bastuba
3 trombones
1 lage bastuba in Es
1 lage bastuba in Bes
pauken
grote trom
kleine trom

Hoe was het nu met de werkzaamheden van het muziekkorps vanaf 1942?
Naast de normale militaire diensten als het spelen bij de ontvangst van autoriteiten, werd reeds spoedig een respectabel aantal concerten geven, in de jaren 1955 tot 1960 wel ongeveer 8 tot 12 maal per maand. Van deze concerten moet speciaal genoemd worden het concert eenmaal per veerien dagen op zondagmiddag op het Oranjeplein, het vroegere Gouvernementsplein. Bij de aanvang van het concert, om 17.00 uur precies, moest de kapelmeester zich vanuit de verte melden bij de Gouverneur, die, met een gezelschap op het balkon van het Gouvernementspaleis gezeten, het concert steeds bijwoonde. Om 17.58 uur moest het concert ten einde zijn. Een hoornblazer blies dan het signaal 'bij de vlag', waarna om 18.oo uur precies het Surinaamse Volkslied en het Wilhelmus ten gehore werden gebracht, tijdens het spelen waarvan de vlag op het fort Zeelandia, eveneens gelegen aan het Oranjeplein, gestreken werd.
Verder werd geconcentreerd in de Palmentuin en werd wekelijks opgetreden in hospitalen, leprozerieŽn, tehuizen voor ouden van dagen en in de psychiatrische inrichting. Soms werd het orkest dan in drieŽn gesplitst en werd in de plaats van het normale repertoire, dat gelijk was aan dat van de militaire orkesten in Holland, Surinaamse muziek gespeeld.
Na 1960 verminderde het aantal concerten als gevolg van het besluit om voor de muzikanten weder wachtdiensten in te voeren en de militaire training te verzwaren.