WMC 2009 een verrassende uitslag   

Het 16e WMC ligt weer achter ons, veel vreugde over behaalde resultaten maar ook teleurstelling omdat verwachte resultaten en scores waarop men had gehoopt niet werden gehaald.

Bij de een dus vreugde en bij de ander verdriet, vaak begrijpt men ook niet waarom de een iets hoger heeft gescoord en de ander net buiten de prijzen valt.
Maar mee doen aan dergelijke wedstrijden is nou eenmaal een strijd van winnen of verliezen. Natuurlijk is dit in een paar woorden eenvoudig gezegd, maar anders dan voetbal of tennis, waar je het lot in eigen handen hebt. In eerdere artikelen op het forum heb ik de jury beschreven als zeer vakkundige mensen die zeer zorgvuldig door het WMC zijn gekozen. Zij hebben geen gemakkelijke taak, zeker wanneer het gaat over 8 wedstrijden in 4 weekenden.

Natuurlijk ligt het aan de jury om wat voor reden dan ook als niet de juiste scores worden gehaald althans een veel gehoorde reactie. Wanneer je daar twijfels over hebt, dan moet je aan dergelijke evenementen niet mee doen. Dat wil niet zeggen dat er vragen kunnen zijn wanneer de score tegenvalt.

Tot ieders verrassing was het verschil tussen de nummers één (KenG) en vier (Adest Musica) wel erg groot. Het verschil met KenG nummer één 95.50 en Adest Musica nummer vier 91.70 vraagt gezien de geleverde prestatie van dat korps wel om naderende uitleg.

Natuurlijk is een groot deel van je programma een product waar je zelf voor hebt gekozen, en natuurlijk weet je waar de sterke en zwakken punten liggen, en natuurlijk gaat niet iedereen naar het WMC om alleen maar te winnen. Dat ligt anders bij de korpsen die wel voor de hoogste eer gaan. Het kader van de tegenwoordige korpsen, vooral aan de top, zijn mensen die hun vak verstaan en exact weten wat de sterke en zwakke punten zijn van hun orkest, dat zien ze terug in de beoordeling, en is een bevestiging van datgene waarop zij het korps eerder tijdens repetities op hebben gewezen. Zij nemen geen genoegen met minder dan 90 punten, om in termen van boxen te spreken zij zijn, op zijn minst gericht op de boxen 5 en 6, daar waar de hoogste score ligt.

Adest Musica is in hoofdzaak afgerekend op GE en Muziek met andere woorden ondanks dat het visueel uitstekend was, blijkt dat het GE en de Muzikale uitvoering niet met elkaar in overeenstemming waren. Om het voor de leek wat duidelijker te maken, de samenhang van de muziek en de beweging (choreografie) gaf volgens de beoordeling niet het beoogde effect.
Het  hoe en wat hebben hier duidelijk een rol gespeeld. Naar mijn mening is dit een punt van bijzondere aandacht, in tegenstelling tot de Corps Style Class, waar de muzikale uitvoering minder zwaar weegt, en een ander beeld laat zien. Nadrukkelijk wil ik bij de Showband Style benadrukken de muzikale uitvoering een belangrijke factor moet blijven, het GE moet er toe bijdragen dat dit wordt versterkt door de beweging, maar dat staat los van de technische en artistiek muzikale uitvoering. Die 3 componenten van het GE mogen en kunnen verschillend zijn wat in de recaps niet tot uiting komt.
De verschillen komen nu onvoldoende tot uiting, een duidelijke constatering om bij de evaluatie daar nog eens goed naar te kijken.

Natuurlijk valt over een jury uitslag niet te twisten, maar er valt wel over te discussiëren. Wat zijn de gevolgen voor de toekomst van een dergelijk orkest als Adest Musica. Uit ervaring weet ik dat bij een dergelijke uitslag het moreel van de leden hierdoor wordt aangetast, en leg dat maar eens uit.
Adest Musica heeft de moed gehad vier jaar geleden haar concept een totaal andere richting gegeven, en in bijzonder voor dat korps zeer progressieve ideeën. Zij hebben daar de juiste mensen voor aan weten te trekken, en iedereen heeft kunnen zien hoe het orkest zich heeft gemanifesteerd.
Iedereen heeft kunnen constateren dat er op dit moment een kruisbestuiving bij de korpsen gaande is, maar wel zonder dat men de eigen identiteit verliest, is de kracht maar vooral de durf van dit korps waarvoor mijn waardering.

De zo genoemde top orkesten zijn hierin altijd een voorbeeld geweest voor anderen en proberen elke keer letterlijk hun kop boven het maaiveld uit te steken, niet alleen voor hen zelf maar juist ook voor de ontwikkeling van de showkorpsen, die daar hun voordeel mee kunnen doen.
Instrukteurs zijn vaak niet aan slechts één korps verbonden. De korpsen in Nederland mogen zich gelukkig prijzen met een team van instructeurs, of stafleden zoals u ze noemen wil, die als vriendengroep broederlijk naast en met elkaar het niveau van de diverse showkorpsen naar een hoger niveau trachten te tillen.

Dit is anders dan in sommige forums is te lezen, waar nog steeds bij sommige forumschrijvers een mentaliteit van 'wij tegen zij' de boven toon voert zonder dat de schrijvers weten waar men het over heeft.

Mijn advies is, ga door waar je mee bent begonnen, innovatie van het product, voor mij was het een openbaring om het korps tijdens de mars maar in het bijzonder de show, te mogen zien en horen. Kortom het was vernieuwend zonder aantasting van de eigen identiteit.
In bijzonder wil ik hierbij noemen het uitstekende, voor dit korps op het lijf geschreven muzikale programma door Rob Balfoort, hij verdient een pluim, samen met Jos Lustberg, Frank en René Ranzijn, die allen hun sporen in de Showbandwereld ruimschoots hebben verdient.

Tot slot
Tot slot ben ik van mening dat het WMC nu al moet na gaan denken over het beleid ten aanzien van de showwedstrijden in 2013. Dit kan niet alleen afhankelijk zijn van een jaarlijks showcongres waar alleen maar vragen gesteld worden en lang op antwoorden moeten worden gewacht – als deze antwoorden al komen. Betrek vooral afgevaardigden van de top korpsen daarbij met kwaliteiten zoals eerder genoemd, daar zit de kennis, kunde en expertise. Zij hebben jaren lange ervaring met het WMC en weten precies waar zij het over hebben mede door constante feedback met hun achterband. Gebruik de korpsen als volwaardige partners, uiteindelijk zijn zij het, die uiteindelijk het publiek het stadion binnen moeten halen. Zonder hen zal het WMC er een stuk kleurlozer uit gaan zien.

 

 

Marinus Vuijk