De Tambour-maître

Zelfs te paard
De functie van Tambour-maître ontstond al eeuwen geleden. Hij was al bekend bij de  oude Grieken en Romeinen. In de cultuur van laatstgenoemden werd hij aangeduid als ‘major – domus’. Hij dirigeerde niet alleen een groep muzikanten, hij begeleide ze ook en daarvoor voerde hij een indrukwekkende stok met zich mee.

Hiermee maakte hij ruim baan voor de achter hem marcherende groep. Dat gebeurde later zelfs te paard. De benaming 'major-domus' werd geleidelijk vervangen door 'tambour-maître', de meester (leider) van de tamboers.
Al in het begin van de 19e eeuw werd grote aandacht besteed aan het uiterlijk van deze veelal imposante figuur. Tot zijn aankleding behoorde onder meer een brede bandelier, waaraan op de borstzijde een stokkenplaat was aange­bracht. Aan het laagste punt, ter hoogte van de heup, kon het tambour-maître zwaard worden bevestigd.
Toen de tamboerkorpsen zich langzaam aan ontwikkelden tot complete muziekkorpsen werd de tambour-maître de leidinggevende man bij optredens in de openlucht of in een grote hal. Stilzwijgend geeft hij met zijn stok de commando's voor het inzetten of beëindigen van de muziek en voor de houdingen en bewegingen. Tijdens de mars wordt met de stok de maat aangegeven. Dit alles vraagt veel oefening. Niet alleen om de verschil­lende stoktekens in te studeren, maar er moet ook veel tijd worden besteed aan het leren beheersen van het gewicht en de balans van de stok, soms 1,50 meter lang en 3 kilo zwaar. Behalve met de stok is het de tambour-maître ook toegestaan verbale commando's te geven. Daarnaast kan hij ook bevelen geven met de hand. De stok gebruikt hij echter altijd bij de presentatie van het korps en bij het groeten tijdens een parade of defilé.

De uitvoerende man
Het behoeft geen betoog dat de tambour-maître in het totale korps een belangrijke functie vervult. Bij het benoemen var deze functionaris, die veelal ook een van de instructeurs is, moet het bestuur zich daarvan goed rekenschap geven. Hij is namelijk de uitvoerende man, degene die leiding geeft tij­dens optredens buitenshuis van de band. Hij is verantwoor­delijk voor de commando's. Daartoe informeert hij bij elk optreden opnieuw de muzikanten over wat van hen, indivi­dueel en collectief, wordt verwacht. Hij plant en regelt van tevoren en voert zonodig een verkenning uit op het terrein waar een show zal worden gegeven. Zijn vakmanschap dient alle leden van de band het vertrouwen te geven dat er niets mis kan gaan. De tambour-maître moet zowel een goed voor komen hebben als over zelfvertrouwen en een goede bewe­gingsvaardigheid beschikken. Hij behoort goed onderlegd te zijn in marstechnieken en zorgdragen voor een correcte houding van het gehele korps. Dat laatste kan alleen als hij door de leden wordt erkend en gerespecteerd als leider. Hij zal bovendien een goed muzikant moeten zijn, omdat hij de cadans en het tempo bepaalt tijdens de uitvoering van stil­staande werken.
Hij moet weten, hoe hij een korps het terrein opbrengt en na afloop weer doet verlaten. De volgorde van de bewegin­gen/shows dient hij in zijn hoofd te hebben, evenals die van de te spelen muziek. De tambour-maître moet dus in de ruimste zin van het woord allen tot voorbeeld strekken.
 

Toezicht vanaf de zijlijn
Bij sommige bands zijn de tambour-maîtres tijdens het optreden met meer zichtbaar actief ingeschakeld. Zij stellen zich ergens op meestal aan de zijkant van het terrein - en blijven daar staan tot het eind van de show. Elke band zal voor zichzelf moeten bepalen waarvoor hij kiest: of een actief leidinggevende, of een statische tambour-maître. De mate van routine en het zelfvertrouwen van de leden van de band moeten hierbij wel in overweging worden genomen. Zolang deze niet voldoende zijn, zal actieve leiding van een deskundige, de tambour-maître, de drummajor, de instructeur, of hoe de leider ook wordt aangeduid, beslist met achterwege kunnen blijven. Een goede leider zorgt ervoor dat zijn muzikale voorstelling tijdens mars, defilé of show vlot en soepel verloopt, zonder hiaten of al te lange pauzes. Di spannend voor de toeschouwers.

Geen discussie
In het geval de tambour-maître tevens show- en/of marsin­structeur is, dient hij alle details van elke beweging te ken­nen en voor te kunnen doen. Vooral hier geldt, dat het plaatje meer waard is dan het praatje. Voordoen en nog eens voor­doen, is het beste instructiemiddel waarover de showleider beschikt. En daarna natuurlijk het correct na laten doen.
Het is van groot belang dat de instructeur in staat is zijn groep geconcentreerd te laten werken. Hij moet geen discus­sies aangaan met een of meer muzikanten. Doet hij dat wel, dan is binnen enkele minuten alle aandacht bij de anderen verdwenen. Voordat het korps dan weer goed op gang is, is er kostbare tijd verloren gegaan en duurt het weer even voordat die concentratie terug is. Kortom, van de instructeur wordt deskundigheid en tact gevraagd. Aan de andere kant straalt een groot deel van het succes van een perfect uitgevoerde muzikale show op hem af. Dat is dan zijn beloning!

 Bron: het Grote Muziek en Showboek